Trefwoorden
Table of Contents

a

Afvinkvrijwilligers: Vrijwilligers die iets als afgehandeld zien.

Annexatie: Aanhechting

Arbeidsbestel: Het arbeidsbestel is het geheel van arbeidsverhoudingen, de arbeidsmarkt en de arbeidsorganisatie die de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer kenmerkt.

Arbeidsethos: Arbeidsethos is de vanuit een persoonlijke ethiek voortspruitende wil om te werken. Het geeft aan met hoeveel inzet iemand de taken, waarvoor iemand verantwoordelijk is, uitvoert. Het arbeidsethos kan per mens, bedrijf en per functie verschillen.

Arbeidsparticipatie: De arbeidsparticipatie geeft aan welk deel van de bevolking deelneemt aan het arbeidsproces. Daarbij is onderscheid te maken tussen de bruto en de netto arbeidsparticipatie. Als breuk uitgedrukt wordt dit ook wel de werkloosheidsgraad genoemd.

Autonomie: Bevoegdheid zichzelf wetten te geven.

b

c

Caritatief: Liefdadigheid

Conform: Volgens

Containerbegrip: Begrip zonder scherp afgebakende betekenis, waaraan de taalgebruiker zelf nader invulling kan geven en dat op veel verschillende toestanden, gebeurtenissen of zaken wordt toegepast.

Continuïteit: Ononderbroken samenhang, opeenvolging, doorlopend verband.

Continuïteitsproblemen: Vorderingsproblemen

Coördinator: Iemand die coördineert, bv. iemand die bij de uitvoering van een groot project zorg draagt voor het goed op elkaar aansluiten van de verschillende handelingen en fasen.

Criterium: Datgene waarop je je beoordeling baseert.

Curatief: Genezend

d

Data triangulation: De informatie die zowel aan de hand van diepte-interviews als van focusgroepen worden bekomen.

Deputatie: Aanvaarding

e

Engagement: Het belang hechten aan een maatschappelijke kwestie.

f

Facultatief: Vrijwillig

Filantropisch: Liefdadig

Federaliserend: tot een federatie, een federale organisatie of staat omvormen

g

Geëmancipeerd: Bevrijden van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen, toekennen van gelijke rechten, gelijkstellen voor de wet.

Gerekruteerd: In dienst roepen

Geïnitieerd: Inleiden, inwijden

h

Hachelijke onderneming: Een onderneming die onzeker is in zijn gevolgen.

i

Integratie: Een geheel worden met een andere groep.

Instanties: (juridisch) aanleg: in laatste of hoogste instantie bij de hoogste rechter; in eerste instantie hebben we te maken met de chef om te beginnen.

Inkwartieringen: Huisvesting van militairen bij burgers.

j

k

Koning Bouwdewijnstichting: De Koning Boudewijnstichting (KBS) is een Belgische onafhankelijke en pluralistische stichting van openbaar nut. Doelstellingen: de Koning Boudewijnstichting wil op een duurzame manier bijdragen tot meer rechtvaardigheid, democratie en respect voor diversiteit.

l

Lobbyen: door gesprekken proberen belangrijke beslissingen te beïnvloeden.

m

Mantelzorg: Mantelzorgers zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Mantelzorgers zijn geen professionele zorgverleners maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen.

n

Notabelen: Aanzienlijke burgers van een stad.

o

p

Palliatieve patiënten: Patiënten waarbij het uitsluitend gericht is om het leven draaglijk te houden.

Palliatieve support team:Team die zorgt voor palliatieve patiënten.

Paritair comité: Een paritair comité is een Belgisch overlegorgaan tussen werkgevers en werknemers.

Patrimonium: Vaderlijk erfgoed

Patstelling: Situatie waarbij men geen mogelijkheid meer ziet tot een oplossing, tot verdere besprekingen.

Pauperisme: Chronische armoede in een land of streek.

Person triangulation: Data die worden verzameld van personen die van elkaar verschillen.

Profane: Oningewijd, niet religieus.

q

Quorum: Het aantal leden van een college dat minstens aanwezig moet zijn om wettig een besluit te kunnen nemen.

r

Retoriek: Oorspronkelijk bij de oude Grieken de leer der welsprekendheid. De tegenwoordige betekenis is minder gunstig: bombastisch en gezwollen taalgebruik. Een retorische vraag is een schijnvraag, omdat de vragensteller niet werkelijk een antwoord verwacht (bijvoorbeeld: 'wou je soms zeggen dat het allemaal wel meevalt?').

s

Soelaas: Troost, verlichting.

Stigmatiserend: Iemand ten onrecht een slechte reputatie bezorgen.

Stipuleren: Bepalen

Subsidie: Ondersteuning, tegemoetkoming, toelage in geld om iem. tot iets in staat te stellen, om een instelling in stand te houden enz.

t

Tirannie: Een onwettige wijze verkregen alleenheerschappij.

u

v

Vrijwilliger: Een vrijwilliger is iemand die uit vrije wil werkzaamheden verricht, buiten een vast dienstverband. In het algemeen zijn deze werkzaamheden onbetaald of staat er een vergoeding tegenover die lager ligt dan het minimumloon bij betaald werk. Een vrijwilliger verricht vrijwilligerswerk.

Vrijwilligersgedrochten: Afzichtelijk, wanstallig of schrikwekkend om vrijwilliger te worden.

w

Welvaartsstaat: De verzorgingsstaat of ‘welfare state’ is een gemengde economie waarin de overheid een substantiële invloed uitoefent op de welvaartsverdeling door belastingen en uitkeringen en door het stelsel van sociale zekerheid.

x

y

z